De Hûnekop en Strawelte FOTO BOUKE STIENSTRA

De Hûnekop en Strawelte FOTO BOUKE STIENSTRA

De Hūnekop en Strawelte speelden zaterdag in het WTC Expo in Leeuwarden de laatste wedstrijd van hun ‘battle’ die hen al naar het Concours Hippique in Drogeham en het Veenhoopfestival bracht. De bokshandschoenen werden aangetrokken. Maar wat werd er nou eigenlijk uitgevochten?

Die ‘battle’ kan namelijk gerust met een korreltje zout worden genomen. Hûnekop Emiel Stoffers en Strawelte-frontman Foppe Land boksen wel een beetje tegen elkaar op. Maar het is speels. Eerder als twee blije puppy’s dan een stel gemene rottweilers. Van vechten komt het niet, hooguit bijten ze elkaar wat in de staart.

Zo draagt Stoffers zijn nummer Myn Kameraat, over een vriendschap die ten onder gaat wanneer de ander na een promotie kapsones krijgt, op aan Land. “Foppe, sjochtst my net iens mear oan yn’t tsjerke”, klaagt Stoffers terwijl Land in een colbertje over het podium paradeert. En terwijl zijn klaagzang nog niet eens ten einde is, geeft Stoffers de genadeslag: “Mar der kom ik ek net!” Het zijn plagerijtjes meer niet. Dat er toch voor de formule van een tweekamp gekozen is, heeft een heel andere reden. Het concert duurt maar liefst drie uur en de bands spelen dan weer samen en dan weer alleen. Door een overkoepelend verhaal te kiezen, blijft het concert boeien en wordt het niet chaotisch en rommelig.

Hoe belangrijk die formule is blijkt wel in het laatste uur voor de toegift. De Hûnekop heeft net een aantal nummers gespeeld, waarna Strawelte het af mag maken. Ze beginnen nog sterk met Lykwein, met zijn penetrante refrein maar daarna zakt het in om eigenlijk pas weer op te leven bij het basloopje van De mem fan Doutzen.

Goede nummers

Doordat Strawelte en De Hûnekop tegenover elkaar staan, blijkt pas voor het eerst hoe goed de liedjes van laatstgenoemde eigenlijk zijn. Beide bands beogen hetzelfde: simpele muziek met Friese teksten die een draai geven aan het dagelijks leven van de arbeider. Maar waar Strawelte het vooral van de catchy herhaling moet hebben, is de kracht van De Hûnekop juist de spitsvondigheid van de teksten.

In Skyte yn de baas syn tiid komt bijvoorbeeld een geweldige vondst voorbij: “Ik ha sa’n tolve euro bruto yn’t oere, dat is fjouwer euro yn’t kwartier. Dus mei dageliks skyte, ha ik sa twa tientsjes yn’e wike.” Het is plat maar ook hilarisch en laat zien wat voor een geweldige liedjesschrijver Emiel Stoffers eigenlijk is. Bovendien zijn Stoffers teksten niet alleen goed, de arrangementen zijn ook nog eens bewonderenswaardig. Het koortje van Fersûp de kater kan dagenlang in je hoofd blijven hangen en voor het felle refrein van Brùnwurker geldt precies hetzelfde. Strawelte kan dat ook, maar dan in drie of vier liedjes. De Hûnekop doet het in drie uur tijd een stuk of tien keer.

In dat koortje van Fersûp de kater is een bijzondere rol weggelegd voor Renske de Boer, zangeres van Mr. Wallace. Zij verzorgt, gekleed in een jurkje met Friese pompeblêden, het kitscherige achtergrondkoortje dat zich als een klein wurmpje in je oor nestelt. Met haar eigen band heeft ze dat nog niet helemaal onder de knie. Mr. Wallace is een feestband, met lekker dansbare ska, maar nog zonder hit. Ze verzorgen het voorprogramma maar het landt niet echt. Maar goed, kwart voor acht, met ska in het voorprogramma van punk en een zaal vol rûchhouwers, dat is ook niet makkelijk.

Volop performance


Maar op alleen goede liedjes hebben de mannen niet durven vertrouwen. Terwijl ze staan te spelen komt er namelijk een complete circusshow voorbij. Er wordt iemand op een toiletpot over het podium getrokken, de Dragon Girls zijn er met hun vlammenact en allerlei typetjes zoals It âlde mantsje mei it bokje yn’e bek en Jappie Kommando stievelen over het podium. En omdat het kan, zijn er rookkanonnen en vlammenwerpers.

Soms slaat het helemaal nergens op. Soms werkt het heel goed. De twee strippers zetten bijvoorbeeld een bijzondere sfeer neer wanneer Stoffers en Land een duet zingen. Dat duet bestaat uit een uitvoering van Moaie eagen en De Hûnekops Der sit die iets dwars aan elkaar geplakt door Guus Meeuwis’ Het is een nacht. Het is misschien wel het beste moment van de show. Alles lijkt even op zijn plaats te vallen. Want als de twee bands de handen ineen slaan, dan onstaat iets magisch. Ook in het duet Myn Herder en myn wetterhûn sluipt iets van diepgewortelde vriendschap. Het doet denken aan de sessies die Johnny Cash en Bob Dylan samen deden. Het past niet echt bij elkaar, net zoals de stemmen van Stoffers en Land totaal mismatchen, maar het is wel bijzonder.

Toch pakt de double bill uiteindelijk vooral voordelig uit voor De Hûnekop. Zij blijken toch echt het stokje van Strawelte te hebben overgenomen. Dat is natuurlijk helemaal niet erg. Strawelte staat na zaterdag voorlopig niet meer op het podium. Terwijl De Hûnekop dorpsfeest na dorpsfeest afschuimt. Voortaan met z’n vieren, want sinds zaterdag heeft de band een leadgitarist: Jeroen.


Gezien: Hûnekopfestival met De Hûnekop, Strawelte en Mr. Wallace
Waar: WTC Expo, Leeuwarden
Wanneer: zaterdag 12 oktober
Opkomst: Hoog

Getagged , , ,

Vogels tellen met je oren

fotoLEEUWARDEN – In heel Europa werden zaterdag trekvogels geteld. In Leeuwarden gebeurde dat in het Leeuwarder Bos, onder leiding van Jeroen Breidenbach.

Terwijl hij praat, gooit Jeroen Bredtenbach er soms zomaar een vogelnaam uit. ,,Graspieper!”, roept hij, of: ,,Ganzen!” Om daarna onverstoord verder te vertellen.

Breidenbach hoeft namelijk niet continu in de lucht te turen om vogels te spotten. De meeste herkent hij aan hun geluid. Een keep, een zangvogeltje dat ’s winters in Nederland te vinden is, doet bijvoorbeeld ,,wèèèp!” Terwijl een graspieper, zoals de naam al zegt, een hoog piepje laat horen.

Het is niet makkelijk erkent hij. ,,Veel vogels vliegen hoog en je moet alle piepjes kennen.” Wanneer hij aan het tellen is, laat hij daarom een geluidsrecorder meelopen die elk piepje, tsjilpje en fluitje opvangt. Thuis maakt hij van de geluiden die hij niet kent een sonogram. Aan de golfbewegingen kan hij vervolgens de vogelsoort aflezen.

Zo zit hij hele dagen in zijn ééntje op de kunstmatige grafheuvel in het Leeuwarder Bos. Al vroeg in de ochtend begint hij, omdat de meeste vogels dan vliegen. Prachtige vogels zag hij al voorbijkomen, zoals kraanvogels, Europese kanaries en visarenden.

,,Het ziet er geweldig uit”, zegt hij al wijzend naar een groepje meeuwen. ,,De lucht doet alles, ze hangen in de wind.”

Deze zaterdag houdt hij een soort van open dag. Andere vogelaars heeft hij uitgenodigd om samen met hem te komen tellen op de grafheuvel in het kader van Euro Birdwatch, een Europees vogeltelproject. ,,We proberen de trek in kaart te brengen”, vertelt Breidenbach. ,,Komen ze te vroeg? Of juist te laat? En met hoeveel? En ik hoop zelf dat er straks meer mensen bij komen die hier gaan tellen.”

Dan gooit Breidenbach zijn hoofd in zijn nek. ,,Lepelaars!”, roept hij. De andere vogelaars houden hun adem in. Met hun verrekijkers speuren ze de lucht af. ,,Ik zag witte stipjes in de lucht”, zegt Breidenbach. ,,Heel bijzonder dat we ze hier zien, ze vliegen eigenlijk vooral bij de zee.”

Om de vogels nog beter te bekijken, pakt hij er een grote telescoop bij. Het ding kan 55 keer inzoomen. ,,Ik heb wel eens ganzen bekeken en daar zat één tussen met een ring, ik kon bijna lezen wat er op stond”, zegt Breitenbach. Dan tuurt hij weer verder. ,,Ja, inderdaad lepelaars.”

De jonge vogelaar studeert Wildlife Management aan Van Hall/Larenstein maar voor het vogeltellen krijgt hij geen studiepunten. ,,Het is zelfstudie”, zegt hij. ,,Ik wil zoveel mogelijk soorten herkennen, dat komt later ongetwijfeld van pas.”

Het gebied rond de grafheuvel is er ideaal voor. Breidenbach: ,,Vogels hebben een hekel aan de stad, dus ze trekken hier langs. Bovendien zoeken ze altijd naar hun eigen biotoop en hier heb je die bijna allemaal. Er is weiland, water, bos en riet.”

Met de hulp van een stuk of vijftien andere spotters, telde hij zaterdagochtend al bijna vijfhonderd vogels van veertig verschillende soorten. De complete observatie staat vanaf zaterdagavond op http://www.trektellen.nl/leeuwarderbos.

Dit verhaal verscheen eerder in de Leeuwarder Courant.

Getagged , ,

Van Aitzema: Dokkum’s opperhoofd rond 1700

Ihno Dragt voor het schilderij met het diner met de Russische graaf in het huis van Van Aitzema. FOTO Fokke Wester

Ihno Dragt voor het schilderij van het diner met de Russische graaf in het huis van Van Aitzema.                     FOTO Fokke Wester

DOKKUM – Julius Schelto van Aitzema was rond 1700 de machtigste man van Dokkum. Toch weten we weinig van hem. Ihno Dragt wil daar verandering in brengen.

Lopend door Dokkum zijn er weinig sporen van Van Aitzema te vinden. Er is een grafzerk in de kerk, de meest noordelijke dwinger van de bolwerken is naar hem vernoemd, in het stadhuis hangt een schilderij waarop hij een bijrol vervult en ergens op de Oranjewal zou hij hebben gewoond. Dat is het. Geen standbeeld. Geen plaquette. Niets.

Dragt vindt het jammer. Naar zijn mening, verdient Van Aitzema dat standbeeld: ,,Dat zou ik wel leuk vinden. Als je het niet weet, loop je hem nu zo voorbij.”

De burgemeester is overigens niet de enige Van Aitzema die volgens Dragt een standbeeld zou moeten krijgen. Ook Lieuwe van Aitzema, een illustere neef van de vader van Julius Schelto en geboren in Dokkum, komt in aanmerking. ,,Hij was één van de eerste spionnen in Nederland”, vertelt Dragt. ,,Hij zat in Den Haag in de Staten Generaal en liet zijn medewerkers alle besluiten kopiëren en doorsturen naar de Engelsen.”

Toen de in Wolvega geboren Van Aitzema rond 1780 aankwam in Dokkum had zijn familie daar dus al een stevige basis. Dragt: ,,Door familiebanden kreeg hij een baan in Dokkum. Iedereen in de zogenaamde upper ten trouwde in elkaar om, om familiebezit en status te behouden.”

Van Aitzema was al snel een machtig man. Hij was niet alleen één van de acht burgemeesters van Dokkum maar zetelde ook in de Friese Staten Genereaal en de de Admiraliteit van Amsterdam en was een vertrouweling van de Friese stadhouder. ,,Ik dacht hij is burgemeester van Dokkum, dan zal het wel een kleine man geweest zijn”, zegt Dragt. ,,Het tegendeel bleek waar. Hij had overal hoge functies.” Lees verder

Getagged , , , , ,

Bedonderen

,,Hier heb je het echte Griekse vreten, veel beter dan wat je bij die toeristentoko’s in de haven krijgt”, ik hoorde het deze zomer een bruingebrande Nederlander zeggen op een terras in Kos-Stad. Met een niets verhullende Leidse tongval oreerde hij uitgebreid over hoe goed het eten was en, misschien nog wel belangrijker, hoe goedkoop. ,,Je lacht je ziek als je de rekening krijgt”, bulderde hij. Hij was na het diner zo gelukkig dat de uitbaatster een knuffel kreeg.

De Leidenaar hield zijn pleidooi tegenover een al even bruin echtpaar dat twee vrienden mee uit eten had genomen. Het was preken voor eigen parochie. Ze waren al lang en breed overtuigd. ,,Is deze mousaka nou echt anders?”, wilde een van de vrienden weten. ,,Ja, heel anders”, zei het echtpaar. ,,Neem nog wat tzatziki.”

Of het nou echt allemaal beter was? Ik weet het niet. Het was inderdaad erg lekker en spotgoedkoop. Maar ook echt Grieks? Ik vraag me af of Grieken werkelijk iedere avond een kilo vlees naar binnen schuiven.

Uiteindelijk gaat het ook niet om wat Grieks is en wat niet. De Leidenaar, het echtpaar, ze beweerden naar authenticiteit te zoeken. Maar wat ze eigenlijk zeiden was: ,,Bedonder me niet.” Niemand wil de hoofdprijs betalen voor opgewarmd fabrieksvoer. Je wilt krijgen wat je beloofd is.

Leeuwarden wordt vandaag misschien wel gekozen tot Culturele Hoofdstad in 2018. Mocht dat gebeuren, dan komen volgens PR-dame Wini Weidenaar duizenden toeristen naar Friesland. Allemaal gaan ze op zoek naar de authentieke ervaring waar we al maanden mee pronken. Gaan ze die vinden? Ik hoop het. Wij bedonderen toch niemand?

Deze column verscheen eerder in het Nieuwsblad Noordoost-Friesland.

Getagged , , , ,

De grootste stunt van allemaal

PeeWee legt de laatste hand aan de Mercedes.

PeeWee legt de laatste hand aan zijn Mercedes. FOTO Wilbert Elting

BLIJE – Op de autocross kom je voor de crash en de stunts. Auto’s die salto’s maken, motors die onderuit schuiven. De grootste stunt van allemaal doet Pieter Leistra. Het werd alleen een beetje te groot.

De stunt die Pieter Leistra, bijnaam PeeWee, op de Frije Cross in Blije wil doen, klinkt doodsimpel: ,,Ik ryd mei in brânende caravan efter de auto oer in skâns, der komt in boemke ûnder, ik flean troch in caravan en seis auto’s matte myn fal brekke.” Hij grinnikt. ,,Der got in protte stikken. Dêr mei ik graach oer.”

In het publiek heeft iedereen het erover. Terwijl de motoren brullen, de uitlaten knallen en het zand iedereen om de oren vliegt, hoor je overal hetzelfde: ,,In bytsje ferstân. Ik hie it net dien. It sil my benije.”

Leistra, naast stuntman ook bangerracer, laat het rustig over zich heen komen. In korte broek en met een onafscheidelijke leren cowboyhoed op het hoofd, legt hij de laatste hand aan de Mercedes die hem straks enkele meters door de lucht moet laten vliegen. Bruin met beige is het gevaarte. Met een klein kwastje schildert hij zijn bijnaam op de flank van de luxe wagen. Op de motorkap staat in krom Fries een spreuk: ,,Ast no neat te dwan hast doch it dan net jir!”

,,Ik kin gjin senuwen”, zegt de stuntman. ,,Ik tink net oan wat ferkeard kin gean. Der kin ek in hiele protte goed gean, dat is wer ik oan tink.” Een rolkooi heeft hij niet. Een houten plank achter de bestuurdersstoel moet voorkomen dat het dak plat gaat wanneer hij op de kop terecht komt.

PeeWee hijst zich in zijn 'beschermende pak'. FOTO Wilbert Elting

PeeWee hijst zich in zijn ‘beschermende pak’. FOTO Wilbert Elting

Als hij straks in de auto zit dan ziet hij wel hoe het komt. ,,Ik wit net hoe hurd ik mat en hoe fier ik kin. Ik bin in simpele siel en ik spring oer de skâns. As de minsken sizze fan: JEZUS! dan is it goed.” Toch stapt hij niet helemaal blind de auto in: ,,Moast der wol de kop by hâlde natuerlik. It mat al feilich bliuwe.”

Hij is een impulsieve man, erkent Leistra. Toen vorig jaar op de Frije Cross in Blije de stunt van het professionele stuntteam hem niet beviel – ,,it wie in earmoedich team dat net iens in auto om krych” – stapte hij naar de organisatie en bood aan om het zelf te doen. ,,Doch it mar”, zeiden ze.

Dus staat hij hier nu en rondt de voorbereiding af. Terwijl de crossauto’s zich opmaken voor de finales wordt de airbag nog uit het stuur gebroken en gooit Leistra wat extra rommel in de caravan. ,,It mat straks alle kleuren rook ha”, zegt hij met gevoel voor esthetiek. Op een hoek van het crossterrein zet een heftruck de zes auto’s in de juiste volgorde.

Extra rommel in de caravan voor nog meer rook. FOTO Wilbert Elting

Extra rommel in de caravan voor nog meer rook. FOTO Wilbert Elting

Even voor achten is het zover. De brandweer plaatst het publiek op veilige afstand. De caravan gaat in de fik en Leistra geeft gas. Met een rotgang dendert hij de schans op, een grote vuurbal vliegt achter hem aan. De geur van brandende benzine waait over het terrein, de hitte slaat de bezoekers tegen het gezicht.

Alles lijkt goed te gaan.

Maar dan de landing. De zes auto’s breken niet zijn val. De Mercedes vliegt wel twintig auto’s verder en landt met een harde klap in de sloot. De brandende caravan vouwt over de auto heen. Een brokstuk vliegt het publiek in en spat tegen het hoofd van een jonge bezoeker.

Leistra klimt zonder kleerscheuren uit de auto. De cowboyhoed nog steeds op het hoofd. De ambulancebroeders die voor hem klaar stonden, vliegen ondertussen met een rotgang naar de andere kant van het terrein om het jongetje te behandelen.

Uiteindelijk blijkt de verwonding van de jongen mee te vallen. ,,Hy hat in flinke jaap yn’e holle. Der sille wol in pear hechtingen yn matte”, zegt Willie Boonstra, één van de organisatoren. ,,Mar hy wie goed oan te sprekken.” De jongen is overgebracht naar het ziekenhuis. Na behandeling mocht hij weer naar huis.

Geland in de sloot.

De Mercedes, de caravan en PeeWee landen tientallen meters verder in de sloot. FOTO Wilbert Elting

Leistra moet na afloop eerst even bekomen. De bodemplaat van de Mercedes knalde op de grond waardoor hij een doorzit maakte; een flinke opdonder voor zijn rug. ,,Ik kaam del en tocht: dat ha ik wer”, zegt hij. Dan bezorgd: ,,It is ôfwachtsjen hoe it mei dat jonkje giet.”

Naar eigen zeggen reed hij wat te hard de schans op. ,,Ik gong hûndert. Eigenlik wie dat wat te hurd. Ik tocht dat de auto knikke soe, mar dat barde net.” Hij moet toegeven dat de stunt iets te spectaculair werd.

PeeWee's Mercedes na de landing. FOTO Wilbert Elting

PeeWee’s Mercedes na de landing. FOTO Wilbert Elting

Als ze hem volgend jaar weer vragen, doet hij het zo weer. ,,Ja dan bin ik derby”, zegt hij glunderend. Maar of er volgend jaar weer een grote stunt komt? Boonstra weet het enkele minuten na de mislukte stunt nog niet. ,,As ik oare bestjoersleden sa hear, sizze se: folgend jier mar net wer.”

Dit verhaal verscheen eerder in de Leeuwarder Courant.

Getagged , , , , ,